Nadat u de Centrale antenne hebt ontvangen en voordat u hem bevestigt dient u het volledige systeem te testen. Voer elke keer voordat u het systeem wilt gebruiken, een afstandstest uit. Breng nooit een Centrale antenne aan die niet over het volledige ontvangstbereik getest is.
Een strategische opstelling van de ontvanger is van groot belang. De ontvanger dient zo dicht mogelijk bij de merrie te worden geplaatst met zo min mogelijk ’obstakels’. Bedenk dat metaal het signaal van de zender kan blokkeren.
- Plaats de Centrale antenne binnen de aanbevolen afstand tot de bewakingsstal resp. de wei (ontvanger 1 op ca. 40 meter – ontvanger 2 op ca. 250 meter). Steek de A/C-adapter in de “power-transformer” van de ontvanger en in een stopcontact met netstroom. Zet de “power”-schakelaar op ON – het groene lampje brandt. Er kan een pieptoon te horen zijn ten teken dat de batterijen bijna leeg zijn en ook het lampje voor “low battery” kan branden. De pieptoon kan na enkele minuten verdwijnen en het lampje uitgaan wanneer de adapter op de stroombron wordt aangesloten. Bevestig de antenne in de dienovereenkomstige antenne-aansluitingen.
- Neem een zender en ga naar het gebied waar de geboortebewaking moet plaatshebben. Trek de magneet uit de zender om de ontvanger te activeren. Zet de magneet onmiddellijk terug in de houder. Herhaal de test op alle plaatsen waar de merrie zich tijdens het veulenen zou kunnen bevinden.
- Wanneer de magneet van de zender wordt verwijderd zal a) het rode “alarm”-lampje aan de ontvanger branden, b) een akoestisch signaal van de ontvanger te horen zijn en zullen c) alle accessoires die zijn aangesloten op de ontvanger geactiveerd worden. Het rode indicatielampje op de blauwe zender zal knipperen totdat de magneet weer is teruggezet.
- Als de ontvanger geen alarmsignaal laat zien c.q. horen, probeer het dan opnieuw nadat u de ontvanger op een andere plaats hebt neergezet.
- Druk op de “reset”-knop op uw ontvanger om het alarm uit te zetten en laat de ontvanger in de “gereed”- modus.
Aanbevolen wordt de basiscomponenten dagelijks te testen om er zeker van te zijn dat ze goed functioneren. Er mogen zich geen uitwerpselen op de zender bevinden. Het oppervlak van de magneethouder moet schoongehouden worden om ervoor te zorgen dat de magneet bij het veulenen gemakkelijk uit de houder kan worden verwijderd. Na afloop van het veulenen bewaart u het apparaat met accessoires in de meegeleverde koffer. De zender moet schoongemaakt worden – de magneet MOET in de magneethouder zitten. Overtuig u ervan dat alle stroomschakelaars uit zijn. Aanbevolen wordt het apparaat met accessoires bijtijds vóór het begin van het veulenen elk jaar grondig te testen.
Accessoires
SIM kaart alarmmelder: Werkt met een SIM kart en kan 3 nummers opbellen.
Telefoonkiesapparaat: Extra toestel dat zes telefoonnummers kan kiezen. U hebt een vrije telefoonaansluiting in de buurt van de ontvanger nodig.
Garantie
Ontvanger, SIM-kaart alarmmelder, telefoonkiesapparaat: Twee jaar, vanaf datum aankoop
Zender: Geen garantie na gebruik (impulstijd van de blauwe zender ca. 3 uur, ca. 8-10 geboorten. De maximale levensduur bedraagt echter drie jaar)

De firma Jan Wolters Abfohlsystem GmbH is niet aansprakelijk voor eventuele schade die vóór of na de geboorte ontstaat door het gebruik van het geboortebewakingssysteem met of zonder accessoires.